‘Ja zeg, eet eens wat meer!’

Voor iemand met kanker kunnen de dagelijkse maaltijden een worsteling worden in plaats van de plezierige momenten die ze voorheen waren. En dat minstens drie keer per dag. Afspreken met familie of vrienden is ook een stuk minder leuk als je moeite hebt met eten. Want bij alle sociale activiteiten wordt er wel iets gegeten.

Wat doet zoiets met je? En met je naasten? Daarover ging het project Hij moet toch eten? van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Het project heeft een aanzet gegeven om verpleegkundigen meer bewust te maken van eetproblemen bij kanker. Daardoor is het (ook) voor patiënten makkelijker om erover te spreken. Een paar uitspraken van mensen die voor het project werden geïnterviewd (hun namen zijn verzonnen).

Peter

‘Ik word heel gauw boos als ik niet kan eten. Het is elke keer die teleurstelling als het niet lukt. Nootjes vond ik vroeger heerlijk. Nu krijg ik ze niet weg.’

Anne

‘Die lucht van het vreten, vooral tijdens de chemo’s… En dan zei mijn man: “Eet eens wat meer.” Ja zeg, eet eens wat meer?! Ik zit meteen in de gordijnen als mensen zeggen dat ik meer moet eten. Want wat als je dat niet kunt? Als je mond zeer doet? Het is zo makkelijk gezegd.’

Willemijn

‘Eens in de zoveel tijd gaan we lunchen met collega’s. Ik dwing mezelf om daar toch heen te gaan want eigenlijk is het gewoon heel gezellig. Als dat eten er nou maar niet bij zou zijn… Het is een heel dubbel gevoel.’

Fred, man van Jessica:

‘Lucht, drinken, eten: dat zijn de eerste levensbehoeften van een mens. Daar wil je iemand gewoon mee helpen, zeker als ze dat zelf ook graag wil. Maar later dacht ik: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Ze wilde nog wel eten, maar het gíng gewoon niet meer. Dan voel je je zo machteloos.’